16 jan 2026

|

Gesponsord

Van vliegende dokters naar lokaal eigenaarschap

Zeventig jaar geleden vlogen westerse artsen naar afgelegen gebieden in Afrika om acute medische hulp te bieden. Het beeld sprak tot de verbeelding, maar de impact bleef beperkt. Die aanpak werkt niet voor structurele verandering. Inmiddels staat een andere werkwijze centraal bij Amref Health Africa: lokale gemeenschappen opleiden en zelf regie geven over hun gezondheid.

Die omslag begon al vroeg. De artsen zagen zelf in dat duurzame verbetering alleen van binnenuit kan komen. Daarom gaf de organisatie het leiderschap over aan Afrikaanse collega’s en verschoof de focus naar lokale opleidingen. Vandaag de dag werkt de Keniaanse non-profitorganisatie Amref Health Africa vanuit hun hoofdkantoor in Nairobi, en zijn ze actief in vijfendertig Afrikaanse landen. Meer dan 500.000 zorgverleners zijn inmiddels opgeleid. “Blijvende verandering komt van binnenuit”, zegt Danny Dubbeldeman, hoofd van Amref Nederland. “Dat is waar we voor staan.”

Toch bleef de naam Flying Doctors lang hangen, omdat donateurs de organisatie zo kenden. “Uiteindelijk was het een spannend, maar noodzakelijk besluit om die oude naam los te laten”, vertelt Dubbeldeman.

Schoon water als basis Zonder schoon water is een gezond leven onmogelijk. Wie verontreinigd water drinkt, wordt ziek door cholera, tyfus en diarree, en kan niet werken of naar school. En wie schoon water moet halen, is daar vaak de hele dag aan kwijt. Voor een gezin dat eindelijk de beschikking krijgt over schoon water, verandert alles. De kinderen zijn niet meer constant ziek en kunnen eindelijk naar school, en de volwassenen hebben weer genoeg tijd en energie om te werken.

Amref werkt bij hun waterprogramma’s nauw samen met lokale ondernemers en overheden. Zij investeren zelf in waterpunten en voelen dus ook de pijn als iets niet werkt. “We werken met een prepaid systeem waarbij mensen met een token betalen voor water”, legt Dubbeldeman uit. “Dat is een paar cent, maar je merkt dat het daardoor waarde krijgt. En omdat een ondernemer er iets mee verdient, zorgt deze ervoor dat het waterpunt blijft functioneren.”

Jonge vrouwen belangrijke spil De organisatie richt zich vooral op meisjes en jonge vrouwen. Niet als betere keuze tegenover jongens, maar omdat zij grotere obstakels tegenkomen op weg naar een gezonde toekomst. Praktische zaken zoals water halen, belemmeren zoals gezegd het schoolbezoek. Maar een gebrek aan menstruatieproducten houdt meisjes een week per maand thuis. Daarnaast dreigen er altijd schadelijke praktijken als kindhuwelijken en meisjesbesnijdenis: op het Afrikaanse continent ondergingen naar schatting tweeënnegentig miljoen vrouwen en meisjes een besnijdenis. Deze ingreep is extreem pijnlijk en risicovol, met complicaties die levenslang gevolgen hebben. “Als een vrouw zelf geld verdient, goed is voorgelicht en toegang heeft tot de zogeheten familieplanning, bevordert dat het hele gezin”, licht Dubbeldeman toe. “En soms zelfs de hele gemeenschap. Het verschil dat zij kan maken, is meestal groter dan bij een man.”

Toekomstige uitdagingen De cijfers zijn dan ook indrukwekkend. De levensverwachting in Afrika steeg de afgelopen decennia met twintig jaar en de kindersterfte daalde met zestig procent. Steeds meer meisjes gaan naar school. En ruim 1,6 miljoen mensen kregen in het afgelopen jaar informatie over familieplanning of toegang tot anticonceptie. Dubbeldeman: “Bovendien volgden ruim 70.000 mensen een medische opleiding of training via Amref en stelden we meer dan 450.000 mensen in staat om zelf een veilige wc te laten bouwen. Ook konden we ruim 134.000 mensen duurzaam voorzien van schoon drinkwater.”

Toch is de organisatie er nog niet. Bezuinigingen in Nederland en het plotseling stopzetten van Amerikaanse funding hebben grote impact. “We moeten onze inkomsten diversifiëren en lokaal meer geld ontsluiten. Dat is uiteindelijk de oplossing. Tot die tijd hebben we support nodig, maar die efficiëntieslag is cruciaal.”

De voormalige bedrijfskundige gelooft sterk in de Amref-aanpak: alle technische expertise en programmaontwikkeling gebeuren in Afrika, waar de echte kennis zit. Vanuit Nederland komt waar nodig aanvullende ondersteuning, bijvoorbeeld bij financiering en het vinden van partners. “Eigenaarschap betekent ook dat je een beetje pijn moet voelen als iets niet werkt”, zegt Dubbeldeman. “Dan word je ook minder afhankelijk van grote financiers en sponsors.”