Deel dit artikel:

20 feb 2018

|

Economie

Zakenreizen wordt steeds flexibeler

Journalist: Floor van Dijck

Er gebeurt een hoop in de zakenreiswereld. Dankzij slimme apps heeft de reiziger steeds meer zélf de macht en vervagen de grenzen tussen zakenreizen en privétrips. Maar de verantwoordelijkheid helemaal bij de reiziger leggen, dat gaat niet zo gemakkelijk. Want wat als er iets misgaat?

Stilletjes heeft zich de laatste jaren een kleine revolutie voltrokken in de wereld van de zakenreis. Een machtsverschuiving, haast. Vroeger had de zakelijke reiziger niet veel in te brengen. Moest een werknemer voor een meeting of beurs naar het buitenland, dan schakelde de werkgever een reisagent in die alles regelde en stroomlijnde tot een perfect pakketje informatie met daarin alle reserveringen, tijden, informatie, do’s en don’ts. Zorgeloos, maar ook weinig flexibel.


Nee, dan nu. Met travel apps en snelle technologie regelt een slimme medewerker zelf zijn of haar businesstrip. Zo kan de zakelijke reiziger nu zélf bepalen of hij of zij economy of business class vliegt. “De zakenreiswereld is steeds meer om de reiziger gaan draaien, traveler-centricity zoals dat heet”, constateert Herman Mensink, onder meer lector aan de toerisme-academie NHTV en voorzitter van de Corporate Travel Association (CORTAS). Gelijk met deze ontwikkeling loopt volgens Mensink ook een verschuiving van focus op kostenbeheersing naar return of investment als het draait om zakenreizen. “Bedrijven zien in dat uiteindelijk draait om het resultaat van de missie. Zo kan het rendabeler zijn om een medewerker business class te laten vliegen, zodat diegene extra scherp aankomt bij belangrijke onderhandelingen, dan zuinig te kiezen voor economy class met een slechter resultaat als gevolg. We gaan langzaam toe naar persoonlijke reisbudgetten die de werknemer zelf kan invullen.”


Meer vrijheid voor de reiziger betekent ook meer mogelijkheden om zakelijk en plezier met elkaar te combineren. Uit onderzoek van Booking.com blijkt al dat één op de vijf zakelijke reizigers er vandaag de dag een vakantie aan vastknoopt. Een zakenvakantie, of in vakjargon: bleisure. Een nieuwe ontwikkeling, maar nog erg sporadisch, weet Mensink. Want er is één belangrijk struikelblok dat de ontwikkeling naar meer vrijheid tegenhoudt, in het belang van de werknemer zelf, de ‘duty of care’, ofwel zorgplicht.


Als een werknemer op zakenreis is, draagt de werkgever wettelijk verantwoordelijkheid voor diens welzijn. En dat brengt interessante dilemma’s. Als een werknemer tijdens een zakenreis op een vrije middag besluit te gaan bungeejumpen en er gaat iets mis, wie is er dan verantwoordelijk? Bij een bleisure trip vervagen de grenzen tussen zakelijk en privé steeds verder. Mensink: “Momenteel bieden veel zakelijke reisverzekeringen nog geen goede policy voor de combinatie van zakelijk en privé. Veel werkgevers zijn bang voor reputatieschade, áls er iets misgaat. Vandaar dat er veel aarzeling is om zakenvakanties toe te staan.” Het is volgens Mensink heel ingewikkelde materie: aan de ene kant is er de wens van reizigers en bedrijven om de processen los te laten, aan de andere kant moet er ook controle zijn. “Er komt waarschijnlijk in de nabije toekomst een oplossing, maar nu is het nog aftasten.


Er zijn echter al werkgevers waar bleisure de gewoonste zaak van de wereld is. Dat ervoer frequent zakenreiziger Elger Postma in zijn vorige baan bij als commercieel manager bij een grote container-vervoerder: “Als ik op pad moest voor mijn werk, dan kreeg ik van mijn baas de wijze raad mee om op zijn minst een middag vrij te plannen. Dat werd meestal het uitstellen van de terugvlucht. Een vrijdagmiddag rondlopen bij de Baha’i in Haifa, een heel weekend in Casablanca, of - als mijn manager in een goede bui was - mijn vriendinnetje over laten komen voor een lang weekend Milaan: het kon allemaal.”

Gesponsord