3 sep 2026
|
Gesponsord
Elektrisch rijden groeit snel. Zakelijke wagenparken schakelen over, VvE’s installeren laadinfrastructuur en transportbedrijven verkennen elektrische vrachtwagens. Toch laat een groot deel van deze organisaties structureel geld liggen. Wie elektrisch laadt, heeft mogelijk recht op een financiële vergoeding via emissiereductie-eenheden, kortweg ERE’s. De meeste bedrijven en particulieren weten dit niet, of doen er niets mee.
Berend van Geffen kent de financiële sector van binnenuit. Als voormalig CEO van betaalplatform Buckaroo en directeur bij een internationale testorganisatie voor digitale beveiliging, bouwde hij brede expertise op in compliance, geldstromen en regelgeving. Vandaag leidt hij Zeres, een bedrijf dat organisaties helpt bij het registreren en verzilveren van ERE’s die vrijkomen bij het laden van elektrische voertuigen.
De ERE-regeling vloeit voort uit een brandstoftransitieverplichting voor oliemaatschappijen. Die zijn verplicht een deel van de CO2-uitstoot die ontstaat door brandstofverkoop te compenseren. ERE’s zijn daarvoor een erkend instrument. Wie elektrisch laadt, produceert deze eenheden. Zeres registreert de laaddata, converteert die naar ERE’s en verkoopt ze aan oliebedrijven. De opbrengst gaat, na inhouding van een commissie, terug naar de eigenaar van de netaansluiting.
“Het is geen subsidie van de overheid”, legt Van Geffen uit. “De vervuiler, degene die benzine of diesel tankt, betaalt in feite een boete via de oliemaatschappij. Die oliemaatschappij koopt de ERE’s om aan zijn wettelijke verplichting te voldoen. Het kost de burger niets.”
De vergoeding bedraagt ongeveer 12 cent per kilowattuur. Wie bovendien eigen zonnepanelen gebruikt en dat kan aantonen, komt in aanmerking voor een hogere herwinbaarheidsfactor. Dan kan de uitbetaling oplopen tot 17 of 18 cent per kilowattuur. Voor een bedrijf met elektrische vrachtwagens of een groot wagenpark zijn dat bedragen van 100.000 tot 500.000 euro per jaar.
Ondanks de omvang van de regeling is ze bij veel organisaties nauwelijks bekend. Van Geffen wijst op het tijdstip van publicatie. “De regeling verscheen in de Staatscourant. Journalistiek Nederland heeft er weinig aandacht aan besteed. Daardoor is de opbouw van de markt wat gedempt, maar dat heeft ons de ruimte gegeven om onze systemen en compliance-processen goed in te richten.”
Zeres bedient zowel particulieren als bedrijven, VvE’s en overheden. Elke doelgroep gedraagt zich anders. Bedrijven met een sustainability officer handelen voortvarend. Grote organisaties willen vooral de CO2-besparing aantoonbaar maken voor hun CSRD-rapportage. “Wij berekenen exact hoeveel kilogram CO2 er wordt bespaard. Dat gaat één op één in de duurzaamheidsrapportage”, aldus Van Geffen.
Het bedrijf heeft momenteel ruim 19.000 particuliere aansluitingen en 600 zakelijke klanten. Maandelijks komen er duizenden nieuwe klanten bij. Voor organisaties die al investeerden in laadinfrastructuur, blijkt die investering meer op te leveren dan gedacht. Wie dat nog niet heeft laten uitrekenen, laat geld liggen, zo is de overtuiging van Van Geffen.