14 sep 2026
|
Industrie
Journalist: Fred Pals
Nederland bouwt te weinig. Niet omdat de wil ontbreekt, maar omdat het systeem vastloopt. Vergunningsprocedures duren jaren, netcongestie blokkeert aansluitingen en investeerders haken af zodra het rendement niet meer opweegt tegen het risico. De kloof tussen woningbouwambitie en daadwerkelijke productie groeit, terwijl het tekort oploopt.
Fahid Minhas, directeur van NEPROM, de brancheorganisatie van professionele project- en gebiedsontwikkelaars, ziet het dagelijks. “Van initiatief tot realisatie zit er zomaar zeven tot tien jaar tussen. En de marktomstandigheden van zeven jaar geleden zijn totaal anders dan nu.” Die lange doorlooptijden maken projecten kwetsbaar. Rentes veranderen, bouwkosten stijgen, politieke kaders verschuiven. Terwijl een plan nog door de trage vergunningenmolen draait, kan de haalbaarheid al zijn verdampt.
Een ander knelpunt zijn de gedetailleerde programmeringseisen vanuit de Rijksoverheid. Steden als Amsterdam, Utrecht en Eindhoven doen daar nog eens een schepje bovenop: welk aandeel sociale huur, welke prijssegmenten, welke duurzaamheidsnormen. “Als je in ieder project heel veel goedkope woningen wilt bouwen, heb je daar miljarden steun voor nodig”, zegt Minhas. Geld dat noch de overheid, noch marktpartijen hebben.
Boven op die eisen komt netcongestie. Netbewust bouwen kost per woning al snel tienduizend tot vijftienduizend euro extra, zonder garantie op een aansluiting. “Ontwikkelaars zijn geen liefdadigheidsinstellingen. Er moet ook voldoende geld zijn om te investeren in innovatie. Als je maar een paar procent rendement mag maken en vervolgens vijftienduizend euro extra moet investeren, begrijp ik dat partijen afhaken.”
Stikstof speelt een beperktere rol dan vaak gedacht. “Zo’n 70% van de woningbouwopgave is binnenstedelijk, waar stikstof minder problematisch is. Voor verschillende projecten in de nabijheid van Natura 2000-gebieden en de benodigde infrastructuur rondom die nieuwe stedelijke wijken blijft het echter een reëel obstakel.”
De oplossing ligt volgens Minhas in betere samenwerking, en dan vooral publiek-private samenwerking. “Publiek kan niet zonder privaat en privaat kan niet zonder publiek.” Succesvolle projecten kenmerken zich door stabiele teams, parallelle planprocessen en open dialoog. Vroeg samenwerken met bouwers, adviseurs en gemeentelijke experts op het gebied van stedenbouw, mobiliteit en andere disciplines kan vertragingen later in het traject voorkomen.
Gemeenten kunnen vergunningsprocedures drastisch verkorten. Minhas wijst op digitalisering en standaardisering als concrete versnellers. NEPROM ontwikkelde daarvoor MiniBIM: een gedeelde digitale taal voor alle partners in het bouwproces, van architect tot aannemer tot belegger. “Digitalisering en AI kunnen ook bij het planproces én het beoordelen van vergunningen veel meer worden ingezet.”
Zijn boodschap aan de politiek en de markt is: stop met polariseren. “Ontwikkelaars steken enorm veel geld in gebiedsontwikkelingen, in het openbaar gebied, in klimaatadaptatie, in duurzaamheid en leefbaarheid. Kom eens kijken in de keuken van zo’n ontwikkelaar en zie hoeveel risico er dagelijks op je afkomt.”
“Als we regelgeving en processen slimmer inrichten, kunnen over drie jaar de eerste palen de grond in voor projecten die over vijf jaar klaar zijn. Dan is opschalen naar honderdduizend woningen per jaar haalbaar. Niet als droom, maar als resultaat.”