3 sep 2026
|
Gesponsord
De groei van pakketlogistiek stelt steden en wijken voor een ruimtelijk vraagstuk. Niet alleen het aantal bezorgbewegingen groeit, ook het landschap van onbemande pakketpunten raakt versnipperd. De Buren kiest daarom voor een ander model: één neutrale infrastructuur die door meerdere vervoerders en lokale dienstverleners kan worden gebruikt.
“Een pakketwand moet net zo neutraal zijn als een treinstation. Voor iedereen toegankelijk”, zegt Ralph van den Burg, algemeen directeur van de Buren, dat in Nederland een netwerk van onbemande pakketautomaten exploiteert. Het bedrijf heeft zelf geen pakketvolume en verzorgt ook geen logistiek. “Wij zijn geen vervoerder. Wij stellen onze infrastructuur juist open voor verschillende partijen. DHL, DHL Express, DPD en UPS maken er bijvoorbeeld gebruik van. Andere vervoerders zijn eveneens welkom.”
Dat is de gedachte achter het white label-netwerk: verschillende vervoerders kunnen dezelfde pakketwand gebruiken. De bezorger legt het pakket in een kluis, waarna de ontvanger bericht krijgt en het zelfstandig kan ophalen wanneer het uitkomt. Ook verzenden en retourneren is mogelijk.
“Wanneer verschillende vervoerders ieder hun eigen infrastructuur plaatsen, ontstaat versnippering. Gedeeld gebruik is overzichtelijker voor de consument, efficiënter voor vervoerders en vraagt minder van de beschikbare ruimte.”
Juist doordat meerdere partijen dezelfde automaat gebruiken, kunnen locaties volgens de Buren efficiënter worden benut. Vooral plekken waar mensen toch al langskomen, zoals tankstations, winkelcentra, stations, mobiliteitshubs en centraal gelegen openbare locaties zijn interessant. “Ieder pakket dat centraal wordt afgeleverd, hoeft niet meer afzonderlijk aan de voordeur te worden aangeboden. Door volumes op centrale locaties te bundelen, kunnen bezorgbewegingen in woonwijken efficiënter worden georganiseerd.”
De kluizen worden inmiddels voor veel meer gebruikt dan pakketten. Apothekers zetten ze in voor het afhalen van medicatie, bedrijven voor click & collect en ook in veel appartementencomplexen en kantoren kunnen de pakketten in de centrale hal worden afgehaald. Sinds 1 juni 2026 wordt de infrastructuur van de Buren ook gebruikt voor het afhalen en inleveren van tolheffingskastjes voor vrachtwagens. Daarmee wordt één infrastructuur voor uiteenlopende toepassingen benut.
Een grote kans ziet Van den Burg bij gemeenten en provincies. De vier grootste steden, Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, werken met logistieke partijen aan het slimmer organiseren en centraliseren van pakketstromen, conform het G4-convenant. “Als gemeenten geschikte openbare plekken beschikbaar stellen, kunnen verschillende vervoerders dezelfde infrastructuur gebruiken. Daarmee verminder je verkeersbewegingen in woonwijken en wordt de schaarse openbare ruimte doelmatig en efficiënt gebruikt.”
Wat moet er over vijf jaar wezenlijk veranderd zijn? Van den Burg hoeft niet lang na te denken. “Gedeelde infrastructuur. Niet concurreren, maar samenwerken. De vraag is hoe we de verdere groei van pakketlogistiek organiseren, en wij geloven dat gedeelde infrastructuur daarvoor de meest logische oplossing is.”