11 sep 2026
|
Gesponsord
Nederland vergrijst en de behoefte aan passende woonvormen groeit. Tegelijkertijd is een groot deel van het bestaande zorgvastgoed verouderd. De oplossing zit niet alleen in méér bouwen. Juist slimmer omgaan met bestaande locaties, nieuwe woonvormen ontwikkelen en eerder keuzes maken wordt cruciaal.
“Meer dan de helft van de bestaande intramurale voorraad moet gemoderniseerd of vervangen worden door nieuwbouw”, zegt Jan Strating, senior projectmanager bij AIG Care & Living. Intramuraal betekent wonen én zorg binnen een instelling, extramuraal is zelfstandig wonen met zorg. “Het landelijk beleid is erop gericht de intramurale capaciteit niet verder te laten groeien of zelfs in te perken. Er komen niet meer plekken bij in Nederland”, stelt Strating. “De vergrijzing zet naar verwachting door tot ongeveer 2050. Daarom zal het grootste deel van de toekomstige zorgvraag waarschijnlijk extramuraal, bijvoorbeeld in geclusterde woonvormen, worden opgevangen.”
Dat vraagt om andere gebouwen én andere woonvormen. “Het personeel kun je er niet bij bouwen”, zegt Strating. “Dus de gebouwen moeten slimmer worden, en het moet meer in de wijk opgelost worden. Dat brengt tegelijkertijd de woningmarkt in beweging. 75-plussers die nog geen zorg nodig hebben, zijn best bereid te verhuizen naar een levensloopbestendige woning waar ze later met een zorgvraag kunnen blijven. Dan moet het wel kwaliteit hebben. Als dat lukt, krijg je doorstroming op de woningmarkt.”
Ontwikkelrisico hoort niet thuis in de zorg
Bij sterk verouderde zorglocaties is renovatie vaak niet de beste keuze. “Een gebouw uit de jaren zeventig of tachtig kun je voor een haalbaar budget vaak niet meer goed renoveren”, zegt Strating. “Als nieuwbouw mogelijk is, is dat vaak beter voor de duurzaamheid, de portemonnee en het comfort voor de bewoners en medewerkers.”
AIG wil bij voorkeur vanaf het eerste moment betrokken worden. “We gaan met de zorgorganisatie in gesprek: wat denken zij nodig te hebben en wat denken wij dat ze nodig hebben?”, zegt oprichter en directeur Bart van Venrooij. “Vervolgens lopen we samen door het traject, van architect en gemeente tot oplevering en nazorg.”
Daarbij neemt AIG het financiële ontwikkelrisico. “Een zorgorganisatie heeft genoeg uitdagingen en zou niet de risico’s van projectontwikkeling moeten lopen. Wij zijn geen urenfabriek”, zegt Van Venrooij. “Als wij ergens in geloven en voelen dat er vertrouwen in ons is, gaan we gewoon aan het werk.” AIG krijgt pas betaald wanneer een plan daadwerkelijk doorgaat. “Als wij het niet waarmaken, hoef je niet te betalen. Wij willen wel de kans krijgen om het project tot een goed einde te brengen als wij wel de oplossing bieden.”
Vroeg aanschuiven kan veel tijd en geld besparen. Dat ondervond een zorgorganisatie die twee jaar met een adviseur aan een plan werkte dat uiteindelijk niet haalbaar bleek. De gevolgen gaan verder dan alleen financiën. “De bewoners en medewerkers zitten twee jaar langer in een verouderde locatie”, besluit Van Venrooij. “Die verloren tijd krijg je niet meer terug.”