Deel dit artikel:

14 sep 2026

|

Industrie

Een gebouw moet gewoon werken

Journalist: Fred Pals

Architectuur wordt technocratischer. Klimaatdoelen, datastromen en de roep om aanpasbaarheid dwingen de sector tot een andere manier van ontwerpen, waarin feiten net zo zwaar wegen als vorm. Niet alleen het uiterlijk van een gebouw telt, maar vooral hoe het zich over decennia gedraagt. Blijft het aanpasbaar, verbruikt het weinig grondstoffen en draagt het bij aan de gezondheid van de mensen die er wonen of werken? De gerenommeerde Nederlandse architect Ben van Berkel vertelt waarom prestaties en esthetiek steeds meer samenkomen.

Feiten sturen het ontwerp

“Ik noem het zelf Form Follows Facts. Waar vroeger de esthetische ervaring leidend was, verschuift de aandacht nu naar levensduur, aanpasbaarheid en transformatie. Dat betekent niet dat schoonheid verdwijnt, maar eerder dat visuele kwaliteit en functionele prestatie ongeveer gelijk opgaan. Sinds mijn bureau onder de naam UNS van architectenbureau naar multidisciplinair ontwerp- en adviesnetwerk groeide, werk ik minder vanuit een vast schetsontwerp en meer vanuit gezamenlijk onderzoek met opdrachtgevers naar wat een locatie werkelijk vraagt.”

“Niet elk bestaand gebouw leent zich daarbij technisch of economisch voor hergebruik, maar waar het kan, is renovatie vaak de verstandigste route. Een transformatieproject in Eindhoven liet zien dat een gebouw waar niemand meer iets mee wilde, op alle fronten opnieuw kan werken. Tegelijk blijft nieuwbouw nodig, zeker met het woningtekort. Verdichting en compacte, modulaire typologieën kunnen daarbij helpen, mits ze ruimte laten voor variatie: elf modulaire elementen die telkens anders worden gespiegeld, leveren een wijk op die niet uniform aanvoelt en toch tegen vergelijkbare kosten wordt gebouwd.”

Optimalisatie en culturele waarde hoeven elkaar niet uit te sluiten

AI blijft een instrument

“Kunstmatige intelligentie versnelt het ontwerpproces misschien in de beginfase, omdat er binnen een half uur meerdere varianten op tafel liggen. Maar elke variant moet nog altijd worden getoetst op bouwbaarheid en economische haalbaarheid – en dat vraagt om ervaring en kennis van de context die een model niet heeft. Data maken prestaties en gebruik beter inzichtelijk, maar bepalen niet de culturele of ruimtelijke betekenis van een gebouw. Zolang data ondersteunend blijven aan ontwerpintenties in plaats van die te vervangen, hoeven optimalisatie en culturele waarde elkaar niet uit te sluiten.”

“Complexiteit vraagt bovendien om meer specialisme, niet om meer generalisten aan tafel. Een kleiner team van deskundigen dat echt keuzes maakt, werkt doorgaans beter dan twintig man die over alles meepraten. Datzelfde geldt voor duurzaamheidscertificaten; nuttig als vertrekpunt, maar de werkelijke opgave zijn prestaties over de volledige levenscyclus, gekoppeld aan gezondheid, luchtkwaliteit en licht.”

“Nederland loopt voorop in de ontwikkeling van onder andere stationsgebieden en volwaardige stedelijke knooppunten, maar mist een samenhangende langetermijnvisie rondom de opeenstapeling van ruimtelijke opgaven. Andere landen laten zien hoe een langetermijnplanning de sociale kwaliteit, betaalbaarheid en dichtheid samen kan organiseren. Eén principe zou ik willen meegeven aan iedereen die een gebouw gaat ontwerpen. Het moet technisch, ruimtelijk én economisch werken, zodat het aanpasbaar blijft en langer meegaat. Dan komen mensen terug.”

Gesponsord