Terug naar Vastint

Deel dit artikel:

11 sep 2026

|

Gesponsord

Geen snelle zes, maar een gedegen negen

Een gebouw kan er bij oplevering prachtig uitzien, maar de echte uitdaging begint daarna. Hoe zorg je ervoor dat het over vijftien, dertig of zelfs vijftig jaar nog aantrekkelijk is? Dat vraagt om andere keuzes dan wanneer een ontwikkeling na oplevering wordt verkocht. Flexibiliteit, kwaliteit en vooral de mensen die er wonen en werken bepalen de waarde op lange termijn.

Voor Ernst-Jan van Prooye, managing director Vastint Netherlands, is Atlas ArenA Amsterdam een goed voorbeeld van die filosofie. “Het is eigenlijk de blauwdruk geworden voor onze grote kantoorontwikkelingen in heel Europa, met name als het gaat om schaal, flexibiliteit en de voorzieningen die we hebben toegevoegd. Het bewijst zich nog steeds als succesvolle asset. De leegstand is er minimaal geweest en huurders blijven langdurig verbonden.” Joyce Klok, marketing manager bij Vastint, vertelt: “We willen zo vaak als mogelijk bij onze gebouwen op locatie zijn. Daardoor weten we goed wat er speelt bij de huurders en kunnen we faciliteiten toevoegen, services uitbreiden en regelmatig activiteiten en events organiseren. Dat schept een band.”

Commercieel manager Julien Waelen wijst ook op de diversiteit binnen de Nederlandse portefeuille. “Het ene project zit in de planvormingsfase, een ander wordt grootschalig gerenoveerd en Atlas is al jarenlang succesvol verhuurd. We hebben kantoren, woningen en hotels. Juist die verschillende sectoren maken het uitdagend.”

Alle expertises

Met alle expertises in huis kan Vastint de hele keten intern afstemmen. Property en asset managers zijn al betrokken bij het ontwerp en zij exploiteren het gebouw uiteindelijk, waardoor ze weten wat toekomstige gebruikers en huurders willen. Zo ontstaat een product dat beter aansluit op ieders behoeften. Na de ontwikkeling blijft Vastint eigenaar van zijn vastgoed – het bedrijf financiert vanuit eigen vermogen en heeft een lange investeringshorizon. “In principe kopen wij iets voor de eeuwigheid”, zegt Van Prooye. “Daardoor kunnen wij andere strategische keuzes maken. Je gaat een relatie met elkaar aan voor een hele lange termijn, en daarom willen we weten hoe huurders de gebouwen ervaren en of dingen beter kunnen. Dat komt uiteindelijk ons gebouw ten goede.”

De gebruiker staat daarbij centraal. “Daar begint en eindigt het eigenlijk mee. Als mensen het niet leuk vinden om ergens te zijn, heeft het gebouw in de breedste zin van het woord ook geen waarde. Het staat of valt met de mensen die er gebruik van maken.”

Open naar buiten

Dat geldt ook voor de omgeving. Klok: “We trekken de plint steeds vaker open voor omwonenden en de buurt. Ze kunnen er bijvoorbeeld terecht voor een kopje koffie, om iets te eten, of voor een event dat we voor de buurt organiseren. Daardoor ontstaat meer betrokkenheid. Je krijgt reuring en dynamiek en het gebouw wordt langer gebruikt dan alleen tijdens kantooruren.” Een lange horizon betekent daarbij dat gebouwen moeten kunnen veranderen. “Het allerbelangrijkste is flexibiliteit”, verklaart Van Prooye. “De maatschappij verandert constant. Een gebouw moet verschillende generaties kunnen bedienen en kunnen meebewegen met nieuwe wensen en eisen.”

Hij noemt Weesperzijde 190 als sprekend voorbeeld. “Een iconisch gebouw op een uitstekende locatie, dat zijn volledige potentie nog niet heeft benut. Dat is wat wij zagen. We transformeren het voormalige, gesloten onderwijsgebouw naar een multifunctionele plek met kantoren en een openbare begane grond met voorzieningen voor de buurt. Daarmee krijgt het gebouw een nieuwe betekenis voor de stad. Tegelijkertijd koesteren we wat het bijzonder maakt: de uitgesproken architectuur, de geschiedenis en het karakter. Die oorsprong vormt voor ons het fundament waarop we verder bouwen.”

Ruimte voor groei

Groeikansen ziet Vastint bij kwalitatief goede kantoren op sterke OV-locaties, maar ook in woningen en hotels. Daarbij kan ervaring uit verschillende vastgoedsectoren en Europese landen worden benut. Klok: “We leren van elkaar. Vastint heeft in het buitenland al grote woningcomplexen en leefomgevingen gebouwd. Alles wat we daar leren nemen we mee naar toekomstige ontwikkelingen. Het is een systeem dat zich constant verbetert. Ook binnen hotels zien we ruimte om onze internationale ervaring verder te benutten.”

Die brede ervaring betekent volgens Van Prooye niet dat Vastint overal direct op inspringt. Nieuwe kansen worden zorgvuldig afgewogen en moeten passen bij de lange termijn waarop het bedrijf opereert. “We zijn hier niet van de snelle zes, maar van de gedegen negen. We willen dingen goed doordacht en onderbouwd doen. Natuurlijk moeten er centjes worden verdiend, maar tegelijkertijd willen we voor de bewoners, huurders en bezoekers van onze gebouwen vooral een fijne plek creëren om te verblijven.”

Gesponsord