11 sep 2026
|
Gesponsord
Klimaatverandering, de invloed van Big Tech, maatschappelijke polarisatie en demografische krimp stellen steden en ontwerpers voor nieuwe vraagstukken. Oude vastgoed- en bouwmodellen bieden volgens architect en ontwikkelaar Marc Koehler onvoldoende antwoord.
Wie steden leefbaar wil houden, moet daarom niet alleen kijken naar gebouwen en techniek, maar ook naar hoe mensen samenleven en voorzieningen delen. Koehler, oprichter van Marc Koehler Associates (MKA), Superlofts en Mama Pioneers, pleit voor adaptieve gebouwen en buurten waarin sociale duurzaamheid, ‘longevity’ en klimaatadaptatie samenkomen.
“We zijn goed bezig met energiezuinig bouwen, maar denken nog te weinig na over de sociale en natuurlijke kwaliteit van onze leefomgeving. Als je alles overlaat aan bouw- en installatietechniek en regelgeving, wordt een woning één grote afgesloten machine waarin bewoners zich isoleren van de buitenwereld. We moeten die technische, sociale en economische bubbels juist doorbreken.”
Daarvoor is volgens Koehler verbinding nodig tussen woning, gebouw en microbuurt. Hij noemt dat het ‘Superblock’: een veerkrachtig stadsdorp van 100 tot 500 woningen, met hoog- en laagbouw en gemengde functies.
“Op die schaal ontstaat voldoende kritische massa om maatschappelijke en technische voorzieningen efficiënt te delen. Denk aan energiecoöperaties, recycling, watermanagement, deelmobiliteit, werk-, speel- en naschoolse opvangruimtes, moestuinen en een tiny forest voor verkoeling en schone lucht. Zo worden bewoners minder afhankelijk van overheden of grote multinationals en bouwen ze samen aan een veilige stadsoase waar ze langdurig kunnen wortelen.”
Deze principes zijn toegepast in prijswinnende projecten als Republica in Amsterdam-Noord, waar de eerste stedelijke energiecoöperatie met een eigen netwerk werd gerealiseerd. Het project ontving eind 2025 in Brussel de New European Bauhaus Prize van de Europese Commissie. Ook SPOT Amsterdam is genomineerd, namelijk voor WAF 26 (World Architecture Festival). Koehler past dezelfde principes toe in Robin Wood in IJburg , Merwede in Utrecht, Strijp-S in Eindhoven, en in vier Superlofts-projecten: UP in Zoetermeer, Holenkwartier in Hoorn, Thamesmead in Londen en Floram in Lissabon.
Daarnaast ontwikkelt hij het Superlofts-concept verder met Superwood en Open House: een radicaal adaptief, modulair en geïndustrialiseerd houten woningbouwsysteem tot tien lagen. Een belangrijk begrip in Koehlers visie is veerkracht. Dat is iets anders dan flexibiliteit. “Flexibiliteit gaat ervan uit dat je precies weet wat er op je afkomt. Veerkracht gaat over de weerbaarheid van mensen en gebouwen tegen onverwachte schokken. Woningen moeten fysiek adaptief zijn en kunnen meebewegen met veranderende gezinsfasen, demografische trends en klimaatrisico’s. Daarnaast moet de omgeving mensen inspireren tot een sociale, actieve en gezonde leefstijl.”
We moeten dus niet alleen gebouwen anders ontwerpen. Koehler pleit ook voor verticale ketenintegratie, zodat efficiënter met schaarse ruimte, tijd en geld wordt omgegaan.
“We moeten stoppen met het bouwen van losse gebouwtjes die elk een piepklein probleem proberen op te lossen. Er is dringend behoefte aan integrale gebiedsontwikkeling. Alleen door intensief samen te werken en veerkrachtige netwerken van zelfvoorzienende stadsdorpen neer te zetten, maken we onze steden weerbaar voor de uitdagingen van morgen.”