24 jul 2026
|
Gesponsord
Financiële inclusie begint bij een eenvoudige vraag: kan iedereen veilig, zelfstandig en met vertrouwen meedoen in het betalingsverkeer? Betalen lijkt voor veel mensen vanzelfsprekend, maar dat is het niet voor iedereen. Daarom is inclusie bij betaaltechnologiebedrijf Mastercard een belangrijk vertrekpunt voor innovatie binnen de Nederlandse digitale economie, zodat betalingen veilig, slim én toegankelijk zijn.
“Onze technologie verbindt miljoenen mensen dagelijks met de digitale economie”, zegt Jan-Willem van der Schoot, country manager Mastercard Nederland. “Maar innovatie heeft pas echt impact als iedereen kan deelnemen. Juist daarin kunnen we het verschil maken.”
Inclusief innoveren betekent ook oog hebben voor de groepen voor wie betalen minder vanzelfsprekend is. Zo lanceerde Mastercard in Nederland samen met bunq True Name, een betaalkaart waarop non-binaire en transgender personen hun gekozen naam kunnen laten vermelden. Een op het eerste gezicht kleine productaanpassing, maar met grote impact. Als de naam op een betaalkaart niet overeenkomt met iemands identiteit, kan dat leiden tot ongemak of uitsluiting.
Een andere innovatie is de Mastercard Touch Card, waarbij iedere kaartsoort een unieke inkeping heeft. Mensen met een visuele beperking kunnen daardoor direct voelen welke kaart zij in handen hebben, wat zelfstandigheid en vertrouwen bij dagelijkse betalingen vergroot. Deze innovatie wordt momenteel uitgerold door zes grote banken in Nederland. Ook de nieuwe OV-pas is voorzien van een unieke inkeping, zodat reizigers de kaart eenvoudig op de tast kunnen onderscheiden in hun portemonnee.
Achter beide innovaties schuilt een belangrijke les: inclusief ontwerpen kan niet vanachter een bureau. Via samenwerking met expert- en belangenorganisaties zoals COC Nederland, Transgender Netwerk Nederland en de Oogvereniging Nederland, aangevuld met inzichten van interne Employee Resource Groups (ERG’s), kunnen oplossingen beter aansluiten op de behoeften van mensen.
Financiële inclusie vraagt om meer dan technologie alleen. Het vraagt om zichtbaarheid, samenwerking en een omgeving waarin iedereen kan deelnemen aan de samenleving en economie.
Daarom is Mastercard in Nederland bijvoorbeeld al jaren partner van verschillende Pride-organisaties, in onder meer Groningen, Eindhoven en Rotterdam. Daarnaast is Mastercard onderdeel van de Rainbow Finance Alliance in Nederland, een netwerk dat zich inzet voor een financiële sector waarin iedereen zichzelf kan zijn, ongeacht seksuele oriëntatie, genderidentiteit of -expressie.
Hetzelfde geldt voor mobiliteit. Samen met OV-partners zorgde Mastercard ervoor dat iedereen met een betaalkaart via OVpay kan inchecken in het openbaar vervoer. Een kleine handeling voor de reiziger, maar een grote stap richting toegankelijker dagelijks betalingsverkeer voor mensen die bijvoorbeeld minder digitaal vaardig zijn.
Inclusie wordt bij Mastercard niet alleen extern uitgedragen, maar is ook intern verankerd. Een voorbeeld is het ouderschapsverlof: wereldwijd biedt Mastercard minimaal zestien weken betaald verlof, ongeacht gender of de manier waarop iemand ouder wordt. Daarnaast kunnen collega’s met een gedeelde achtergrond of ervaring, zoals culturele afkomst, gender, seksuele oriëntatie of ouderschap, via de ERG’s elkaar vinden, ondersteunen en zichtbaar maken. Ook biedt Mastercard wereldwijd gelijk loon voor gelijk werk. Iedereen ontvangt evenveel voor hetzelfde werk.
“Dit soort keuzes lijken misschien intern gericht, maar ze bepalen wel hoe een organisatie naar buiten kijkt. Het zijn dan ook voorbeelden waar we ontzettend trots op zijn”, zegt Van der Schoot.
Deze initiatieven sluiten aan bij Mastercards wereldwijde ambitie om tegen 2030 samen met partners 500 miljoen mensen en kleine bedrijven niet alleen toegang te geven tot de digitale economie, maar hen ook te ondersteunen op hun weg naar financiële gezondheid en stabiliteit. Sinds 2015 sloot Mastercard al 1,06 miljard mensen en 90 miljoen mkb’ers aan op de digitale economie.
Volgens Van der Schoot is dat geen doel met een einddatum. “Ik denk niet dat je ooit kunt zeggen: ‘Nu zijn we inclusief genoeg.’ Een innovatie voor de digitale economie is namelijk pas echt vooruitstrevend als iedereen kan meedoen”, zegt hij. “Daarom moeten we onszelf blijven afvragen: wat kunnen we doen om alle groepen wél mee te nemen? Als we die vraag serieus blijven stellen, komen we samen verder. Niet alleen als bedrijf, maar als samenleving.”