13 aug 2026
|
Maatschappij
Journalist: Fred Pals
Meer dan veertig procent van de medewerkers gebruikt AI op het werk zonder dat de werkgever het weet. Niet omdat ze iets te verbergen hebben, maar omdat organisaties geen duidelijke kaders bieden. Dat blijkt uit onderzoek van KPMG. De cijfers liegen er niet om: 39 procent presenteerde AI-gegenereerde content als eigen werk, en 56 procent maakte fouten door AI te snel toe te passen.
Managementexpert Ben Tiggelaar signaleert dit patroon ook. “Als ICT-afdelingen niet leveren, zoeken mensen zelf een weg”, zegt hij. “Dat was ook zo toen mensen thuis betere internettoegang hadden dan op het werk. Dat herhaalt zich nu met AI.”
Tiggelaar wijst naar een voorbeeld uit het verleden. Onder Jack Welch voerde General Electric ooit reverse mentoring in: jonge medewerkers leerden oudere managers wat internet kon betekenen voor hun werk. Dat idee is volgens Tiggelaar opnieuw actueel, maar dan in twee richtingen: mutual mentoring. “Ik denk dat beide kanten iets te leren hebben, en daar zit echt veel waarde”, aldus Tiggelaar.
Inhoudelijk werk laten we straks aan AI over, het draait om wie de relaties blijft beheren
Jongere medewerkers brengen kennis van AI-tools in. Oudere collega’s brengen het vermogen om output kritisch te wegen. “Het vermogen om te beoordelen wat je op je scherm krijgt en te beslissen wat je daarmee doet, is een essentiële vaardigheid.” Die vaardigheid bouw je op door jarenlang zelf bronnen te doorzoeken, iets waar jongere medewerkers minder ervaring mee hebben.
Tiggelaar pleit voor een gestructureerde aanpak, niet voor vrijblijvend koppelen. Mensen die zelf een buddy mogen kiezen, zoeken vaak iemand die op hen lijkt. Effectiever is matchen op inhoud: wie heeft welke kennis nodig, waar is de leerwinst het grootst. “Dat is een taak voor HR en Learning & Development. Die zullen dat moeten begeleiden”, zegt hij.
De opkomst van AI raakt ook de rol van de manager. Naarmate AI aan medewerkers meer ondersteuning biedt bij plannen, prioriteren en het beoordelen van informatie, verandert de rol van een leidinggevende. “Dan word jij als manager dus vooral een relatiebeheerder. En dan gaat het primair om het menselijke contact waar je dan goed in moet scoren”, aldus Tiggelaar.
Die verschuiving raakt vooral middelmanagers en teamleiders, de mensen met het meeste directe contact met medewerkers. Tiggelaar waarschuwt dat het onverstandig is om te bezuinigen op deze laag, omdat AI inhoudelijk werk overneemt. Het onderhouden van relaties en collega’s meenemen in verandering blijft namelijk gewoon mensenwerk.
Voor HR betekent dit een nieuwe uitdaging. Beleid voor AI-gebruik moet verder gaan dan een aantal regels. Er moet allereerst veel geleerd worden. Daarnaast is transparantie nodig: waar gebruik je AI voor en wie neemt daarvoor verantwoordelijkheid? En ook vraagt de verschuiving van inhoud naar relatie om nieuwe vaardigheden van leidinggevenden.
Zolang organisaties wederzijdse mentoring en heldere kaders niet faciliteren, blijft AI-gebruik grotendeels onder de radar, stelt Tiggelaar.