Terug naar Firan

Deel dit artikel:

3 sep 2026

|

Gesponsord

Netcapaciteit als schaars goed

Bedrijven in Nederlandse haven- en industriegebieden staan voor een paradox. Ze willen investeren, elektrificeren en verduurzamen, maar de infrastructuur waarop die ambities rusten, is vol. Netcongestie is allang geen tijdelijk technisch obstakel meer. Het is een structureel economisch vraagstuk dat investeringsbeslissingen voor jaren beïnvloedt.

Er is inmiddels een palet aan oplossingsrichtingen voorhanden, zoals het afsluiten van een zogenoemd flexcontract met de netbeheerder, al dan niet in combinatie met batterijopslag, of samenwerking binnen een collectief. Maar het is niet eenvoudig om uit al deze opties wijs te worden en de technische en financiële impact ervan goed in kaart te brengen.

Firan Decentrale Netten is onderdeel van netwerkbedrijf Alliander en werkt met zowel deze bedrijven als de netbeheerder om energieopties inzichtelijk te maken en besluitvorming te ondersteunen. Harmen Lücker, directeur bij Firan Decentrale Netten, en Haike van de Vegte, senior business developer bij diezelfde organisatie, werken dagelijks aan dat vraagstuk. Daarbij wordt technische kennis van energiesystemen gecombineerd met financiële afwegingen om bedrijven en dienstverleners onafhankelijk te ondersteunen bij investeringsbeslissingen over energie.

Lücker beschrijft de situatie kernachtig: “Technisch is zo’n energiesysteem nog wel te begrijpen. Maar veranderende doelstellingen, de contractvormen van netbeheerders en de snelheid waarmee technologie verandert, maken het geheel erg complex.” Van de Vegte voegt toe dat het denken over energie fundamenteel aan het verschuiven is. Waar bedrijven vroeger individueel een aansluiting aanvroegen en capaciteit kregen, is dit niet meer zo vanzelfsprekend.

Dit nieuwe gebiedsgerichte denken, met oog voor zowel het individuele als het collectieve perspectief, wordt in de Amsterdamse haven al in de praktijk gebracht.

Een havengebied als ontwikkel- en leeromgeving

De Energie Coöperatie Amsterdamse Haven, kortweg ECAH, telt inmiddels ruim vijftig deelnemende bedrijven. Port of Amsterdam ziet netcongestie als een risico voor zowel economische ontwikkeling als de energietransitie. Firan Decentrale Netten is vanaf de oprichting van ECAH betrokken en heeft analyses en dashboards ontwikkeld waarmee bedrijven inzicht krijgen in hun eigen energiestromen én in het collectieve systeem.

“Vier jaar geleden wist niemand eigenlijk wat capaciteit was. Ze wilden gewoon stroom, er kwam een kabel, en klaar”, zegt Van de Vegte. “Dat is nu zo veranderd dat je binnen organisaties zoals Port of Amsterdam echt expertise ziet groeien.”

Via individuele flexcontracten of groepscontracten met de netbeheerder kunnen deelnemende bedrijven individueel of gezamenlijk binnen de beschikbare netcapaciteit opereren. Binnen het collectief kan een ander bedrijf tijdelijk terugschakelen of een batterijbuffer worden ingezet als één bedrijf een piek heeft. Zo ontstaat collectief meer ruimte dan elk bedrijf individueel zou kunnen realiseren.

Van de Vegte illustreert hoe dat concreet uitpakt. Een bedrijf dat inzicht kreeg in zijn verbruiksprofiel, besloot te investeren in extra batterijcapaciteit. Dat kostte geld, maar leverde ook op: via een capaciteitssturingscontract kan het bedrijf inspelen op de capaciteitsbehoefte van de netbeheerder en daar inkomsten uit halen. “Ze kunnen groeien en ze kunnen verdienen. Dat heeft echt geleid tot een andere investeringsbeslissing.”

Besluiten nemen zonder zekerheid

Het centrale dilemma voor havenbedrijven is dat ze investeringsbeslissingen nemen voor een horizon van tien tot twintig jaar, terwijl de beschikbare netcapaciteit over vijf jaar nog onzeker is. Wachten op netverzwaring is voor veel bedrijven geen reële optie. Lücker: “Vijf jaar wachten is voor veel bedrijven geen optie als groei of verduurzaming daardoor stilvalt. Inzicht in wat er ondanks deze complexiteit wél kan, maakt alternatieven zichtbaar.”

Firan Decentrale Netten heeft daarvoor de zogenoemde Energy System Configurator ontwikkeld, een digitaal model waarmee verschillende opties worden doorgerekend om tot een optimaal energiesysteem te komen. “Het vergt complexe rekenmodellen om dit door te kunnen rekenen”, zegt Lücker. “Zodra je het eenmaal in dat model hebt staan, kun je de energetische én financiële consequenties voor elk individueel bedrijf en voor de groep als geheel inzichtelijk maken.”

Van de Vegte benadrukt dat dit ook de acceptatiegraad bij bedrijven vergroot. Complexe contractvormen vanuit netbeheerders worden vertaald naar begrijpelijke scenario’s. “Daardoor kan een ondernemer een onderbouwde keuze maken voor nu én voor de komende vijf jaar.”

Schaalbaar, maar niet vanzelf

De Amsterdamse aanpak is overdraagbaar naar andere havens en industrieterreinen, maar dat gaat niet vanzelf. Van de Vegte noemt drie cruciale voorwaarden: inzicht in de wensen en plannen van bedrijven, gecombineerde kennis over netcapaciteit en technologie, en échte samenwerking tussen alle partijen. “Je moet niet lichtzinnig doen over samenwerken. Je moet nadenken wat dat betekent, welke verantwoordelijkheden erbij horen en hoe je niet alleen vanuit je eigen silo denkt.”

Vertrouwen en samenwerking tussen alle betrokken partijen zijn cruciaal. Dit voelt soms spannend, maar zonder deze elementen komen partijen niet verder. Lücker sluit af met een bredere ambitie: “We zien en ervaren de zorgen van bedrijven. Als deze gebiedsaanpak bedrijven beter perspectief biedt, leveren we ook een waardevolle bijdrage aan de BV Nederland.”

Gesponsord