3 sep 2026
|
Gesponsord
Wie in Nederland een nieuw distributiecentrum wil bouwen, stuit steeds vaker op hetzelfde probleem. Niet het kapitaal, de locatie of de markt ontbreekt, maar zekerheid over het vergunningentraject. Stikstof, netcongestie, brandveiligheidsregels en ruimtelijke procedures verworden tot een hindernis die investeringsbeslissingen vertraagt of blokkeert.
Logistieke ontwikkelaars en investeerders stellen daarom steeds vaker een strategische vraag: wanneer moet vergunningverlening onderdeel worden van de businesscase? Stefan van Vessem en Gemma Kagchelland kennen de praktijk als partners van Robur Proceduremanagement, een Rotterdams adviesbureau dat in 2024 is opgericht en zich richt op het integraal organiseren van vergunning- en proceduretrajecten. Ongeveer de helft van hun opdrachten komt uit de logistieke sector.
“Een vergeten vergunning kan enorm veel kosten en de businesscase negatief beïnvloeden”, aldus Van Vessem. De meerwaarde zit in vroeg instappen. Waar traditionele adviseurs per deelonderwerp worden ingeschakeld, fungeert Robur als regisseur van het gehele traject – van ruimtelijke ordening tot bouwvergunning en inritvergunning. Al in de verkenningsfase voert het bedrijf een omgevingsscan uit, waarbij risico’s per thema op een stoplichtbasis worden beoordeeld. Die analyse is binnen drie tot vier weken beschikbaar.
“Als je vroeg bij een project betrokken raakt, kun je een haalbaarheidsstudie doen voordat de grondaankoop plaatsvindt”, zegt Kagchelland. “Dat is fijner dan er achteraf achter te komen dat je maar vijf vrachtwagens per dag kunt verwerken in plaats van honderd.”
Een terugkerend knelpunt is de planning. Sinds de Omgevingswet in 2024 in werking trad, mag elke gemeente haar eigen voortraject inrichten. Dat maakt proceduretermijnen moeilijk in te schatten: bij de ene gemeente duurt het voortraject acht weken, bij een andere het dubbele of meer.
Van Vessem ontwikkelde mede Procedura, software die per gemeente de procedurestappen en -termijnen in beeld brengt. Honderd gemeenten zijn gedetailleerd in de database opgenomen, met een groeiende dekking door het hele land. Een planning is binnen vier minuten opgesteld. “Ontwikkelaars gaan er nog steeds van uit dat een vergunning acht plus weken duurt. Dat klopt al lang niet meer”, vertelt Kagchelland.
Het project dat Van Vessem als ijkpunt beschouwt, is de vergunning voor grootschalige opslag van lithium-ionbatterijen van ontwikkelaar DHG in Vlissingen. Bestaande brandveiligheidsnormen zijn gebaseerd op compartimenten van 2.500 vierkante meter, terwijl moderne logistieke centra werken met compartimenten van tienduizenden vierkante meters.
In samenwerking met de gemeente, omgevingsdienst, veiligheidsregio en adviesbureaus Acuro en AVIV, realiseerde Robur een permanente omgevingsvergunning voor vijf loodsen van elk 13.000 vierkante meter. “Dat was ongekend in Nederland”, stelt Van Vessem. “Het is inmiddels de blauwdruk geworden voor tien vergelijkbare, actuele projecten.”
Nederland verliest daarnaast terrein tegenover België en Frankrijk, waar wetgeving beter aansluit op nieuwe opslagtechnologie. “Logistieke bedrijven kiezen vaker voor het achterland of buitenland, omdat duidelijkheid over de haalbaarheid op voorhand niet gegeven kan worden. Maar de risico’s zijn technisch en organisatorisch goed beheersbaar.”