Deel dit artikel:

10 dec 2020

|

Gezondheid

‘We moeten investeren in rapid response’

Journalist: Jerry Huinder

Het ging gebeuren, het is gebeurd en het gaat weer gebeuren. Ab Osterhaus waarschuwt al sinds de jaren negentig voor pandemieën. En nog steeds. “Want ik durf je te garanderen dat we in de komende twintig, dertig jaar nog wel een aantal keer met dit bijltje moeten gaan hakken.”

Een mooie quizvraag voor bij het kerstdiner: wie hield zich al in 1978 bezig met het coronavirus en doet dat nu nog steeds? Het antwoord? Ab Osterhaus. En als je schoonfamilie dan nog niet onder de indruk is, kan je ze vertellen dat hij zelfs promoveerde op een coronavirus. Bij katten op dat moment. Voor de gemiddelde Nederlander bleven coronavirussen, en menig ander virus, nog jaren onbekend. Voor Osterhaus was dit het begin een continue ontdekkingstocht naar virussen bij dieren, en later ook bij mensen. Na zijn promotie ging hij werken bij het RIVM waar hij verantwoordelijk werd voor virussen die voorkwamen bij dieren en mensen en het ontwikkelen van vaccins tegen deze virussen. Hij ervaarde het als een speeltuin, een uit de hand gelopen hobby, waar hij zijn brood nog mee kon verdienen ook. “En zo ervaar ik het nog steeds.”


U ontwikkelde dus al in 1978 een vaccin tegen een nieuw kattencoronavirus.

“Ja, en dat vaccin werkte wonderwel goed. We zagen dat de katten mooie antistoffen aanmaakten, dus alles leek goed. Leek zeg ik, want de keerzijde was dat als deze katten daadwerkelijk bloot werden gesteld aan het virus, dat ze er veel gevoeliger voor werden. Een ‘word of caution’ dus. Aan het begin van mijn carrière leerde ik al dat je grote tegenslagen kan tegenkomen bij het ontwikkelen van een vaccin.”


Nemen we een risico met de snelheid waarmee we nu een vaccin ontwikkelen?

“Nee, dat denk ik niet. Als het als veilig wordt beoordeeld door de verantwoordelijke instanties, dan is het veilig. Alle proeven die gedaan moeten worden, worden gedaan. We zijn nu natuurlijk veel verder dan toen ik begon, dus het kan inmiddels ook heel veel sneller. Maar veiligheid is natuurlijk nooit 100 procent. Mensen zeggen dat vliegtuigen veilig zijn, maar dat is ook niet altijd zo. Dus ook bij een veilig vaccin kan het zijn dat er bij heel zeldzame gevallen toch belangrijke bijwerkingen voorkomen. Problemen die bij één op de miljoen mensen voorkomen, haal je er niet uit in experimenten met tienduizenden mensen. Dat is inherent aan vaccins.”


U was opgeleid als dierenarts en switchte naar viroloog. Slimme keuze.

“Nou, toen ik begon als viroloog zeiden al mijn collega-dierenartsen ‘dat is niet zo slim, viroloog worden in een tijd dat virusinfecties van mens en dier steeds beter onder controle zijn…’. Pokken was uitgeroeid, runderpest was bijna uitgeroeid, ga zo maar door. Er waren beleidsmakers en wetenschappers die zelfs voorspelden dat over tien tot twintig jaar alle virussen in de Westerse wereld onder controle zouden zijn.”


Maar kijk waar we nu staan.

“Precies. En kijk naar wat we allemaal hebben meegemaakt. SARS, MERS, Ebola, de Mexicaanse griep… We riepen als virologen al tijden: we krijgen nieuwe epi- en pandemieën, maar het was kennelijk voor dovemansoren. Zelfs na de Mexicaanse griep, waar toch zo’n half miljoen mensen aan overleden zijn, werd het weggezet als een hoax. Dat zou niet meer gebeuren. Maar het was een pandemie, ook al zijn er nog steeds mensen die dat nog steeds ontkennen. Voor mij was de Mexicaanse griep echt een wake-up call. Ik zei toen: ‘We moeten ons voorbereiden, ik kan je veel voorbeelden noemen van virussen die ook een pandemie kunnen veroorzaken, en wellicht ernstiger dan deze.”


En is dat toen gebeurd?

“Deels wel ja. Zo zijn we zo’n vijf jaar geleden begonnen met het ontwikkelen van breder werkende vaccins in samengestelde groepen met wetenschappers van verschillende partijen in Europa en daarbuiten. Vaccins tegen influenza, maar ook tegen corona- en bunyavirussen. Daar is bijvoorbeeld een kandidaat-vaccin uitgekomen tegen het MERS coronavirus en het interessante is: de approaches die in de afgelopen vijf jaar zijn ontwikkeld worden nu ook gebruikt voor het snel ontwikkelen van de nieuwe coronavaccins. Maar het had nog beter gekund. Stel: wij en onze collega’s waren nadat we het MERS coronavirus hadden ontdekt, begonnen met het ontwikkelen van een breder werkende vaccins en geneesmiddelen tegen coronavirussen, dan was deze pandemie misschien wellicht eerder onder controle gebracht. Ik mag niet mopperen, er wordt vanuit overheden geld gestoken in ontwikkeling van vaccins en antivirale medicijnen, juist om dit soort groepen te vormen en beter voorbereid te zijn, maar het kan nog veel beter. Je moet hier massaal in gaan investeren, wereldwijd. Je moet het als een verzekeringspremie tegen toekomstige pandemieën zien.”


Maar dat kost toch heel veel geld?

“Zeker, want je weet niet uit welke hoek de wind gaat waaien, dus moet je het voor verschillende virusgroepen doen, maar een pandemie kost de wereld uiteindelijk nog veel meer. We moeten investeren in ‘rapid response’. Ik denk dat het belang hiervan nu wel duidelijk is. Maar goed, mensen vergeten snel. Dus laat ik zeggen: ik hoop dat het belang duidelijk is en dat we niet over een jaar weer over gaan tot de orde van de dag. Want ik durf je te garanderen dat we in de komende twintig, dertig jaar nog wel een aantal keer met dit bijltje moeten gaan hakken. Dit gaat vaker gebeuren, vanwege de manier waarop we zijn gaan leven in onze moderne samenleving.”


Want dat gaat niet veranderen, denkt u?

“Daar hoef je alleen maar deze pandemie voor na te gaan. Mensen die nu nog stellen: ik moet en zal op wintersport gaan. Tijdens een pandemie. Tja. Het zit nog steeds niet tussen de oren van mensen. Ik snap dat niet en ik zie dat niet veranderen nee. Je ziet het nu ook weer in de discussie over Sinterklaas, Kerst en Oud en Nieuw. Dat gaat dus dit jaar gewoon even anders, dat is toch logisch? In 2022 kunnen we weer diep ademhalen, kunnen me weer allemaal op wintersport of naar Torremolinos of waar dan ook naartoe. Wij moeten én kunnen op een gegeven moment weer door. Maar als we dat op dezelfde manier blijven doen, dan moet je er wel rekening mee houden dat we in de komende twintig, dertig jaar dit probleem weer opnieuw voor de kiezen krijgen.”


Wat is uw drijfveer om zo vaak als ‘onheilsprofeet’ in de media te komen? 

“Ik vreesde al in het begin dat een catastrofe op ons af zou komen. Ik herinner me nog aan het begin van deze uitbraak, toen ik bij een bank was en iemand me vroeg hoelang dit ging duren? Dus ik antwoord: ‘Nou reken er maar op dat we hier in ieder geval één à twee jaar heel druk mee zullen zijn. Om het enigszins onder controle te krijgen.’ Toen zei hij: ‘Een, twee maanden bedoel je?’. ‘Nee, één, twee jaar’, antwoordde ik. Niemand had toen nog in de gaten wat dit zou gaan betekenen. Dat was in het begin mijn drijfveer.”


En nu? 

“Nu is mijn drijfveer dat het me stoort dat we niet echt een strategie hebben, we sturen op het aantal ziekenhuisbedden dat we hebben. Kunnen we het aan in de ziekenhuizen? Nee? Dan gaan we over tot een lockdown. Ja? Weer versoepelen zonder echte controle te nemen. En dan kraait iedereen victorie? Nog steeds staat er heel veel andere zorg stil. En ik ben geen econoom, maar economisch lijkt me dat ook een drama. Het is niet voor niks dat je uit de economische hoek nu ook steeds meer hoort dat er hard ingegrepen moet worden. Je moet niet sturen op het aantal ziekenhuisbedden, je moet sturen op het uitdrijven van het virus. Een lockdown met een goede exitstrategie dus. Zoals in sommige Aziatische landen, Nieuw-Zeeland en Australië gebeurt. Anders blijven we die zaagtanden volgen, op en neer, totdat er voldoende mensen zijn ingeënt. Nou heb ik niet de illusie dat ik iets kan veranderen en ik maak me er absoluut impopulair mee, maar iemand moet het zeggen.” 


En als u dan de wens hoort van het kabinet om misschien met de feestdagen te kunnen versoepelen?

“Dan denk ik weer aan die zaagtand. Te veel open met Kerstmis, betekent meer gevallen in de weken erna. Thanksgiving in Canada was het doemscenario. Ik hou me zelf dan ook aan zoveel mogelijk aan zelfisolatie.”


Met hoeveel mensen gaat Kerst en Oud en Nieuw vieren?

“Heel heel beperkt, een paar mensen. Maar het is niet zo belangrijk wat ik zelf doe. Ik geloof gewoon in het verhaal dat ik vertel. En geloof me, ik heb ook mijn kleinkinderen al maanden niet gezien.”


Gesponsord