3 sep 2026
|
Industrie
Journalist: Fred Pals
De klok tikt. Tegen 2030 moeten grote zeehavens in Europa verplicht walstroomvoorzieningen hebben. Voor binnenhavens gelden vergelijkbare ambities. Toch dreigt de sector de boot te missen, want uitdagingen als netcongestie, gebrekkige standaardisatie, complexe regelgeving en een kip-ei-probleem tussen schepen en laadinfrastructuur stapelen zich op.
Serge Vavier, programmamanager van Onshore Power Supply Network (OPSN), ziet de urgentie dagelijks. Het netwerk brengt bedrijven, havens, overheden en technologieleveranciers samen om de uitrol van walstroomvoorzieningen in Nederland en Vlaanderen te versnellen. “Als je nu niet doorpakt, kom je opeens in 2028 of 2029 in de knel”, zegt Vavier. “Er is nog ontzettend veel werk te doen.”
Walstroom gaat daarbij verder dan een technische aanpassing. Marieke Vavier, regisseur van het Walstroomcollectief en directeur van Port Solutions Rotterdam, ziet het als een kwestie van voortbestaan. “Het is feitelijk de ‘license to operate’ voor de binnenvaart. Als er geen voorzieningen worden aangelegd voor een groenere binnenvaart, loopt de logistiek in Nederland en Europa vast.” Door Europese emissienormen en de toenemende druk vanuit omgeving en overheid is stilstand geen optie meer.
Het grootste knelpunt is de beschikbaarheid van netcapaciteit. Marieke Vavier schetst de harde werkelijkheid: “Je bent letterlijk aan het knokken: leggen we walstroom aan in de haven of heeft de basisschool wel stroom?” Lokale bestuurders worden gedwongen te kiezen tussen publieke voorzieningen en haveninfrastructuur, terwijl beide urgent zijn.
Daar komt bij dat regelgeving die walstroom zou moeten bevorderen, de aanleg soms juist vertraagt. Stikstofwetgeving maakt grondwerkzaamheden voor kabels complex, ook als het project de uitstoot per saldo vermindert. Vavier: “Je zou denken dat je bij aanleg van walstroom overal gehoor krijgt, maar je gaat door ingewikkelde en langdurige processen.”
Toch is er vooruitgang. OPSN ontwikkelde technische standaarden voor walstroomkasten, eerst voor de binnenvaart en daarna voor riviercruiseschepen. Die standaarden zijn vrij beschikbaar en helpen havens om toekomstbestendige keuzes te maken zonder elk wiel opnieuw uit te vinden. “Alle technische specificaties staan erin en merkonafhankelijk”, legt Serge Vavier uit. “Zo weet een haven dat voorzieningen correct worden aangelegd.”
Marieke Vavier is duidelijk over de noodzaak van samenwerking: “Je kunt dit gewoon niet alleen doen. Als elke haven eigen specificaties ontwikkelt, kost dat onnodig veel tijd en geld.” Technologisch ziet zij kansen in de combinatie van walstroom met slimme netsturing, waarbij laadmomenten voor schepen en trucks worden afgestemd om de netcapaciteit efficiënter te benutten.
Voor bedrijven die nu investeren, zijn er uitstekende perspectieven. Subsidies voor elektrisch varen en laadinfrastructuur verminderen het investeringsrisico, en wie vroeg een positie inneemt in de walstroommarkt legt een fundament voor elektrificatie van havens. Samenwerking is daarbij essentieel. Terminals die al walstroom hebben, delen die kennis graag. Dat scheelt kosten en versnelt de transitie, die de sector niet kan uitstellen.