6 jul 2026
|
Gesponsord
Journalist: Fred Pals
Honderd jaar geleden bouwden provincies en gemeenten hun eigen wegen, zonder gedeelde standaarden of nummering. Pas toen de Rijksoverheid de regie nam en één samenhangend wegennet ontwierp, kon Nederland echt opschalen. Die vergelijking gebruikt Joris Krüse, lead digitale overheid bij AI Coalitie voor Nederland (AIC4NL), om uit te leggen voor welke opgave de overheid nu staat met kunstmatige intelligentie.
AIC4NL is het samenwerkingsverband waarin overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen gezamenlijk AI-innovatie willen versnellen. Het vertrekpunt: niet langer losse pilots optuigen, maar samen met de markt een gedeelde ‘stack’ bouwen, een fundament waarop iedereen kan voortbouwen.
Lang zat de overheid als consument in kant-en-klare applicaties, de bovenste laag van een digitale stack. Die aanpak volstaat niet meer. Vanwege digitale soevereiniteit en kostenbeheersing moet de overheid nu de gehele stack doorgronden en regisseren: standaarden, regels, bouwblokken én de samenwerking met de markt. Binnen dat afsprakenstelsel kunnen publieke en private partijen vervolgens applicaties en verantwoorde AI-bouwstenen ontwikkelen.
Een instrument daarvoor zijn buyer groups: thematisch georganiseerde samenwerkingsverbanden die de ‘fuzzy front end’ van vraagarticulatie vertalen naar concrete opschalingsopdrachten. Een sprekend voorbeeld is de bezwaar- en beroepsketen, waar bezwaarschriften zich opstapelen, deels door onderbezetting, deels omdat burgers zelf AI inzetten om bezwaren te genereren. Een duidelijke paradox. “Welk probleem willen we oplossen?”, zou centraal moeten staan.
Concrete voorbeelden zijn er al: de AI-fabriek in Groningen, gefinancierd door overheid en de EU, en GPT-NL, het Nederlandse taalmodel dat wordt getest in gemeentelijke chatbots, met de overheid als launching customer.
Een veelgehoorde zorg is dat zo’n aanpak alleen grote technologiebedrijven bevoordeelt. Krüse ziet het tegenovergestelde: een open, modulaire stack met gedeelde standaarden maakt het juist makkelijker voor kleinere, innovatieve bedrijven om aan te haken, zonder dat zij een compleet platform hoeven te bouwen. Diversificatie voorkomt bovendien ongewenste afhankelijkheid van één partij.
Tegenover de VS en China, waar honderden miljarden in AI vloeien, kiest Nederland bewust een andere koers. “Een asynchrone strategie”, noemt Krüse dat: focus op kleinere modellen, edge-computing en verantwoorde AI. Op Europees niveau sluit dat aan bij het Tech Sovereignty Package en de Europese AI-fabrieken. “Je eigen koers varen, in plaats van te concurreren met andere blokken”, zo beschrijft Krüse.
Het einddoel is helder. “Aantoonbaar betere dienstverlening voor burgers, en echt eigenaarschap en zeggenschap over de AI die we gebruiken”. Dat vereist een bewuste keuze voor eigen technologische regie. “Zodat we straks weer zelf aan het roer zitten”, vat Krüse samen.