Deel dit artikel:

11 feb 2018

|

Economie

Neelie Kroes: 'We moeten ons beter voorbereiden op nieuwe technologieën'

Neelie Kroes, topadviseur van Uber, maakte de wereld mobieler. In Nederland als verkeersminister, in Europa als eurocommissaris. “We moeten nieuwe initiatieven meer en veelvuldiger de ruimte geven.”

VVD-politica Neelie Kroes heeft in haar leven veel bereikt voor de mobiliteit. Als minister van Verkeer en Waterstaat werkte ze mee aan het Rijtijdenbesluit, de Binnenschepenwet, de nota Verkeer en Vervoer, de Wet Personenvervoer, de Wegenverkeerswet, de Scheepvaartverkeerswet en de Wet op het Mobiliteitsfonds. Onder haar bewind werd besloten tot de aanleg van een vierde baan bij Schiphol, de Willemsspoortunnel onder de Nieuwe Maas in Rotterdam en de Betuweroute. Om maar enkele dingen te noemen.

En dan hebben we het nog niet over haar Europese successen op het vlak van vrijhandel waardoor internetverkeer, roamingkosten voor mobiele telefonie en ook vliegtickets goedkoper werden. Eerst was ze als Eurocommissaris voor verantwoordelijk voor mededinging, tot 2014 ook voor de ’Digitale Agenda’. 

‘Laat ze gaan, gaan, gaan. Geef die jongens toch vrij baan’ zong Henk Wijngaard in de jaren tachtig, tijdens haar ministerschap. Het was de dochter van een grote transportondernemer op het lijf geschreven. Weinig mensen op deze wereld hebben meer gedaan voor zowel de fysieke als de digitale bereikbaarheid.

Is de Containersong nog steeds uw lijflied?
“Ach, dat waren heel andere tijden. We leefden echt op een totaal andere planeet. Toen ging het om fysieke mobiliteit. Nu is het milieubesef doorgedrongen en digitale technieken stonden toen amper in de kinderschoenen. Niemand kon bevroeden welke vlucht die zouden nemen. Het is pas tien jaar geleden dat Steve Jobs met de iPhone kwam.”

De technologieën die nu aanwezig zijn, zag u toen nog niet aankomen. 
“Het is inderdaad lastig om in te spelen op ontwikkelingen die nog in het verschiet liggen. Er is pas echt belangstelling voor wetgeving en regulering als de technologie volop aanwezig is. Vaak belanden we in de achterste coupé in plaats van dat we al experimenteel bezig zijn. Ik pleit daarom voor het instellen van zones waar consequent gewerkt wordt aan het implementeren van de nieuwste technologie, zodat ook de wetgeving daarop kan anticiperen en regulerend beleid kan ontwikkelen. Er zijn landen en situaties waar die mogelijkheden geschapen worden, maar dat zijn er nog te weinig om er daadwerkelijk vanuit de overheid op in te spelen.”

Hoe moeten we ons dit voorstellen? Pleit u voor het oprichten van een soort proefstations?
“Bijvoorbeeld. We moeten nieuwe initiatieven meer en veelvuldiger de ruimte geven om al in een tijdig stadium vast te stellen welke modellen er nodig zijn en wat er eigenlijk allemaal aan de orde komt. Om te zien waar de kansen liggen, maar voor ons vooral welke bedreigingen we kunnen verwachten. Kijk naar Silicon Valley. Maar kijk ook naar Uber en waar dit soort initiatieven toe leidt. Het lijkt soms in strijd met het huidige taxi-netwerk, uiteindelijk is het niet te stoppen.”

Invloeden buiten de technologie hebben dus ook een grote invloed. Zoals in het geval van Uber de deeleconomie. 
“Ja. Uber is geen taxi-dienst, het is slim gebruik maken van de techniek die voorhanden is en daarmee een verbinding maken tussen vraag en aanbod. Wel moet je dus organiseren dat de veiligheid in orde is en regelen dat alles op een wettelijke manier plaatsvindt. Je weet nooit van tevoren nooit welke combinaties er mogelijk zijn en tot welke ontwikkelingen een nieuwe techniek leidt. Kijk naar de mobiele telefoon. Telefonie is nu nog maar een héél klein onderdeel van het hele apparaat.”

U ging al over mobiliteit, nu kwam daar digitalisering bij. Smart Mobility is de plek waar beide thema’s samenkomen. Gaat dat de files definitief oplossen?
“Het komt in elk geval dichterbij. Zeker als we daar de zelfrijdende auto bij betrekken. Ook hier komen ontzettend veel dingen samen, dus we moeten ook praten met stadsplanologen en -architecten over de leefbaarheid in de stad en het milieu. Daarbij komt dat de nieuwe generatie veel minder hecht aan bezit. Ze willen een afstand overbruggen en hoeven daarvoor niet per se een auto te bezitten. We hebben auto’s met sensoren die veel meer kunnen zien dan wij met onze twee ogen. Een auto kan volledig zelfstandig rijden. Om te zien hoe dit in de praktijk allemaal op elkaar aansluit, hebben we dus steden nodig die zich hiervoor openstellen.”

Ik zie het voor me. Is dit een oproep aan Nederlandse steden? 
“Zo ver wil ik niet direct gaan, maar er zijn al plaatsen waar wordt geëxperimenteerd met zelfsturende auto’s en zelfs vrachtauto’s. Er zijn vuilcontainers met sensoren die doorgeven wanneer de vuilophaaldienst moet komen. In Barcelona zijn ze hier al erg ver mee. Maar het gaat nog veel verder. Kijk naar het Leids Universitair Medisch Centrum. Bij een hartinfarct krijg je in de ambulance al een polsbandje met chip om, waarmee alle data worden verzameld en doorgegeven zodat de hele logistiek, inclusief de juiste medicijnen en het gereed maken van de operatiekamer op de seconde nauwkeurig wordt ingepland. Dit soort ontwikkelingen zijn levensreddend! We moeten het niet tegen willen houden, of denken dat we het kunnen tegenhouden. Het komt. Dus kunnen we er maar beter op voorbereid zijn.”

Je weet van tevoren nooit wat er mogelijk is, sprak u eerder al. Als we toch even naar de toekomst proberen te kijken; welke ontwikkeling zou u graag zien?

“We zouden meer informatie uit kunnen wisselen. Juist in het informatietijdperk kunnen veel meer mensen van die nieuwe ontwikkelingen profiteren. Pas als mensen er voor open staan kunnen we echt middelen vrijmaken voor research en development. Dan kunnen we ook de veiligheid borgen zoals privacy en cybersecurity. Dan kunnen we beleid uitstippelen dat ook waterdicht is. Ook liggen er kansen voor Nederland als universiteiten en faculteiten een front vormen. Goed voorbeeld is de samenwerking tussen Delft, Leiden, Eindhoven en Twente. Dat moet veel vaker gebeuren. Als universiteiten hun krachten bundelen, kunnen ze pas echt de top bereiken.”

Gesponsord