Terug naar Qlik

Deel dit artikel:

10 jul 2026

|

Gesponsord

Weten waar je data staan is niet hetzelfde als er grip op hebben

Bestuurders die AI omarmen, stellen vaak eerst de verkeerde vraag. Niet welk model of platform het beste past, maar of de onderliggende data betrouwbaar, actueel en voldoende gekoppeld zijn om die AI te voeden. AI creëert namelijk niets uit het niets, het versterkt wat al in de data zit, inclusief fouten, hiaten en silo’s. Slechte data leiden tot AI die met grote stelligheid verkeerde antwoorden geeft, en dat is erger dan geen AI.

Dat datavraagstuk raakt aan een tweede, complexer thema: datasoevereiniteit. Bij Qlik, leverancier van software voor data-integratie en analytics, houdt account executive Chantal Boshuizen zich dagelijks bezig met publieke organisaties die AI van waarde proberen te laten zijn. Niet iedereen slaagt daarin. “Technologie is zelden de bottleneck; de kwaliteit van de onderliggende data is dat wel”, aldus Boshuizen. Een pilot kan nog ontoereikende data kwaliteit verdragen (met manuele bijsturing), een uitrol in de hele organisatie niet.

Verwarring tussen residentie en soevereiniteit

Roy Horgan, VP AI Governance en Privacy Officer, ziet in gesprekken met bestuurders vaak een spraakverwarring. Dataresidentie gaat over waar data fysiek zijn opgeslagen, soevereiniteit gaat verder. “Zijn data toegankelijk van buiten Europa en vallen ze onder niet-Europese jurisdicties?”, aldus Horgan. Het raakt ook aan vendor lock-in en de vraag of een klant zelfstandig van leverancier kan wisselen. Een harde definitie bestaat niet; soevereiniteit is eerder een spectrum, van pure residentie tot eisen aan toegang en aan de toeleveringsketen. Wat voor de ene organisatie voldoende is, is voor een andere ontoereikend. Er is op Europees niveau nog geen standaard definitie van wat ‘data soevereiniteit’ nu precies betekent. Volgens Horgan is dat spectrum inmiddels een strategisch vraagstuk, niet uitsluitend een compliancekwestie. De eerste stap is daarbij altijd hetzelfde: Know Your Data. Weten waar data zich bevinden, wie er toegang toe heeft en waarvoor ze bedoeld zijn, is cruciaal voor zowel soevereiniteit als waardecreatie.

Autonomie zit in de architectuur, niet in de vlag

Boshuizen ziet een andere, onderschatte afhankelijkheid: kennis die bij een klein aantal mensen of in de techniek van één leverancier als eigenaar is geconcentreerd. Cloud- en modelkosten krijgen bestuurlijke aandacht omdat ze zichtbaar op de begroting staan, een ondoorzichtige datapipeline pas wanneer er iets misgaat.

Ook een internationale leverancier als Qlik ontkomt niet aan de vraag of meer technologie leidt tot meer autonomie of juist tot nieuwe lock-in. “Autonomie komt voort uit open standaarden en overdraagbare formaten, niet uit de vraag waar het hoofdkantoor van een leverancier staat”, aldus Boshuizen. Met Zweedse wortels en meer dan veertig procent van de medewerkers en de R&D-hubs in Europa, is Qlik goed gepositioneerd om dat traject met klanten te doorlopen.

De toets die het bestuur van elke organisatie zou moeten toepassen op haar leveranciers: hoeveel ‘soevereiniteit’ wil ik? Kan ik mijn data meenemen en binnen een redelijke termijn overstappen, zonder vast te zitten aan een eigen systeem? Als een leverancier daar geen duidelijk en specifiek antwoord op kan geven, is dat een echt waarschuwingssignaal. Hoewel datasoevereiniteit een steeds belangrijkere factor is geworden bij elke aankoopbeslissing voor technologie, is het niet de enige factor: functionaliteit, prijs, afhankelijkheid van een eigen systeem, beveiliging, enzovoort, blijven allemaal belangrijke overwegingen.

Gesponsord